BommelDingen bekijk_webversie
BommelDingen

door Klaas Driebergen

Roken dodelijk? Niet voor heer Bommel

Zoals bekend is heer Bommel een fervent pijproker. Net zoals zijn geruite jas bij hem hoort, is zijn pijp een attribuut dat hem maakt tot de Heer van Stand die hij is.

Voor een hedendaagse stripfiguur zou zoiets natuurlijk niet meer kunnen: zeker bij een kinderstrip zou het leiden tot commentaar van bezorgde opvoeders.

Maar Bommel is niet de enige die rookt in Rommeldam. Bul Super paft sigaren, Terpen Tijn lurkt aan een goudse pijp en Joris Goedbloed neemt graag een trekje van een sigarettenpijp.

Niet dat heer Bommel er last van heeft, van dat roken. We lezen nergens iets over zijn rokershoestje, en sowieso hebben de figuren van de Bommelstrip geen last van ongeneeslijke ziekten of van doodgaan. Roken deert ze dus ook niet. En dus kan heer Bommel onbekommerd genieten van zijn pijpje.

In 1971 werd er een brief van Marten Toonder gepubliceerd in het Pijprokers Magazine. Inderdaad: een blad voor liefhebbers van het roken van pijp – ook een fenomeen dat nu echt niet meer kan. In dit schrijven reageerde hij op een artikel van ene drs. H.J. Hazewinkel (vermoedelijk familie: Martens schoonmoeder heette Hazewinkel van haar meisjesnaam), getiteld ‘De pijproker in het stripverhaal’. In dat artikel worden een aantal stripfiguren besproken die pijp roken, waaronder Toonders figuren Kappie en heer Bommel.

In zijn reactie doet Toonder het een en ander uit de doeken over heer Bommels rookgewoontes: de tabakssoort die hij gebruikt (canaster), het soort pijp (een ‘corn-cob’), en ook de dieperliggende reden waarom hij pijp rookt:

“Hij rookt een pijp omdat de praktijk hem geleerd heeft dat deze hem helpt om zijn gedachten te verzamelen. Moeilijke of schokkende vragen kunnen beter beantwoord worden wanneer men eerst voorzichtig een trekje neemt en dan de rook met zorg uitblaast. Tegen de tijd dat men een mooie ring in de lucht laat stijgen, bestaat de kans dat zich een antwoord gevormd heeft.”

Ook doet Toonder een aantal onthullingen over zijn eigen pijprookgewoontes:

“Zelf ben ik een verwoed pijproker geweest, en ik heb daaruit de kracht geput om mijn tijd als aankomend jongere door te komen. De oorlog heeft er een einde aan gemaakt, nadat ik vergeefs getracht had genot uit boombladeren te peuren. Daarna is het eigenlijk nooit meer iets geworden, hoewel ik een mooie verzameling pijpen heb aangelegd en vele soorten tabak heb geprobeerd. Drukke werkzaamheden en jachtige gewoonten brachten mij tot sigaretten, die op een nerveuze en gespannen levenshouding wijzen. Ik hoop echter dat er een tijd komt dat ik weer bedachtzaam wijsheid uit een pijp kan trekken.”

Kortom: een heel aardig stukje, dat (met nog veel meer van dit soort mooi proza) opgenomen is in het door mij samengestelde boek Heer Bommel en ik, dat natuurlijk te koop is in mijn webwinkel (zie hier).

In 1971 rookte iedereen er nog lustig op los, hoewel er zeker al wel vermoedens waren over de gezondheidsrisico’s. Vijf jaar eerder schreef Toonder het verhaal ‘Het nieuwe denken’. In dat genoemde verhaal geeft Toonder blijk van een diep inzicht in het verschijnsel ‘idolisering’. De Idoolmaker van het eiland Novo legt heer Bommel uit wat een idool is:

“‘Moet je horen. Een idool is In, voel je wel? Wat die doet, doet iedereen. Die pijp bijvoorbeeld. Die is goed. Die brengen we ook in. Roken was slecht, maar als jij een pijpje schuift, dan is het een trend.’
Heer Bommel wierp een verraste blik op zijn rookgerei, en een glimlach verhelderde zijn trekken.
‘Dat is ook zo’, gaf hij toe. ‘Een heer geeft altijd een goed voorbeeld. Daar kan men zich aan houden, als u begrijpt wat ik bedoel.’”

Tegenwoordig hoor je niet veel anders meer dan ‘roken is dodelijk’, maar een halve eeuw geleden zei de manier waarop je rookte (pijp, sigaar of sigaret) nog iets over je persoonlijkheid, je drukte er iets mee uit. Zelf was ik wellicht ook pijproker geworden, stel dat roken nou heel gezond was geweest.

*

Oproepje: ‘De sigaar in de strip’

Tijdens het samenstellen van de reeks ‘Het complete proza van Marten Toonder’ (waarvan bovengenoemd boekje deel 1 is) stuitte ik in het Toonderarchief op een door Eiso Toonder opgestelde lijst met artikelen die zijn vader geschreven had. Daarin stond een artikeltje vermeld, dat ik helaas nooit heb gevonden, getiteld ‘De sigaar in de strip’, dat verschenen zou zijn in een blad van het toenmalige Nederlandse sigarenmerk Velasques, datum onbekend.

Kent iemand van de lezers van dit BommelDing dit artikeltje? Of heeft iemand tips om het te vinden? Ik houd mij zeer aanbevolen!

Klaas Driebergen

website

Dit bericht is verzonden naar . Je ontvangt deze e-mail omdat je je voor ‘BommelDingen’ hebt aangemeld. Stuur deze e-mail gerust door aan mogelijke andere geïnteresseerden: zij kunnen zich eventueel aanmelden via deze link. Als je eerdere afleveringen hebt gemist, kun je die hier nalezen.

Afmelden
MailerLite